Strafrecht overig

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), afpersing op de openbare…

Hoge Raad, 12 maart 2024

Zaakgegevens

Op 12 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 maart 2024
Datum publicatie
6 maart 2024
Zaaknummer
22/04548
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:321
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag (art. 287 Sr), bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), afpersing op de openbare weg, meermalen gepleegd (art. 317.3 jo. 312.2.1 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) diefstal op de openbare weg (art. 312.2.1 Sr) en beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Afwijzing verzoeken m.b.t. (te benoemen) deskundige op gebied van biologische sporen. 2. Had hof verweer m.b.t. (gewijzigde) verklaring van fietsenhandelaar moeten opvatten als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt a.b.i. art. 359.2 Sv? 3. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen. Toewijzing vorderingen b.p.’s en oplegging schadevergoedingsmaatregelen toereikend gemotiveerd gelet op standpunt raadsvrouw? 4. Verweer raadsvrouw m.b.t. oplegging TBS-maatregel, inhoudende dat niet is voldaan aan wettelijke eisen die worden gesteld aan oplegging van die maatregel. Art. 37a.1.1 en 37b.1 Sr. 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren). Had hof gelet op strafmaatverweer rekening moeten houden met gewijzigde regeling omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:10255
  2. Conclusie A-G · 23 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:78
  3. Hoge Raad · 12 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:321

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04548

Datum 12 maart 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2022, nummer 21-004703-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2024.