Strafrecht overig
Medeplegen moord op advocaat in 2019, art. 289 Sr. 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verkeers…
Hoge Raad, 16 april 2024
ECLI:NL:HR:2024:446 · Hoge Raad · 16 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-446
Zaakgegevens
Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 april 2024
- Datum publicatie
- 15 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/00731
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:446
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen moord op advocaat in 2019, art. 289 Sr. 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verkeers- en locatiegegevens. 2. Bewijsklachten daderschap en voorbedachte raad. 3. Beroep op alternatief scenario. 4. Heeft hof in strijd met art. 344, 359 en 415 Sv een aantal bewijsmiddelen voor bewijs gebruikt? 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 30 jaren). Kon hof als strafverzwarende omstandigheid laten meewegen dat slachtoffer een advocaat was? 6. Strafmotivering. Kon hof overwegen dat media-aandacht in deze zaak niet strafverminderend kan werken?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00732.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 februari 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:455Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:228Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:446
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00731
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2023, nummer 23-002786-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.