Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op verhuisdozen met administratie onder klager t.z.v. verdenking van witwassen…

Hoge Raad, 2 april 2024

Zaakgegevens

Op 2 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2024
Datum publicatie
26 maart 2024
Zaaknummer
22/04379
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:497
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op verhuisdozen met administratie onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb voldoende oog gehad voor belangen van klager in zijn hoedanigheid van verdachte in strafprocedure en heeft Rb beslist op verzoek van klager om kopieën van administratie aan hem te verstrekken?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:144
  2. Hoge Raad · 2 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:497

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04379 B

Datum 2 april 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 7 oktober 2022, nummer RK 22/012119, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat te Voorburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.