Strafrecht overig

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van politicus via e-mailbericht gericht aan zijn…

Hoge Raad, 16 april 2024

Zaakgegevens

Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
Zaaknummer
22/03265
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:599
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van politicus via e-mailbericht gericht aan zijn politieke partij met in onderwerpregel de naam van politicus, art. 285.1 Sr. Bewijsklacht. Kon bij politicus in redelijkheid vrees ontstaan dat hij het leven zou verliezen en was (voorwaardelijk) opzet van verdachte hierop gericht?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:168
  2. Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:599

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03265

Datum 16 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 september 2022, nummer 22-000898-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman J.S. Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.