Strafrecht overig

Oplichting (meermalen begaan) door via slachtoffers van eerdere oplichtingen het vertrouwen van latere…

Hoge Raad, 16 april 2024

Zaakgegevens

Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
Zaaknummer
22/03189
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:600
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Oplichting (meermalen begaan) door via slachtoffers van eerdere oplichtingen het vertrouwen van latere slachtoffers te winnen, waarbij verdachte steeds op vergelijkbare wijze te werk is gegaan, art. 326.1 Sr. 1. Betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. 2. Bewijsklachten. Hebben bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen de aangevers bewogen tot afgifte van kleding?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 augustus 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2802
  2. Conclusie A-G · 5 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:240
  3. Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:600

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03189

Datum 16 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 augustus 2022, nummer 20-002067-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [verdachte] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.