Strafrecht overig
Ontucht met 8-jarige/13-jarige stiefdochter door 34-jarige/40-jarige verdachte, art. 244 en 245 jo. 248.2 Sr…
Hoge Raad, 23 april 2024
ECLI:NL:HR:2024:601 · Hoge Raad · 23 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-601
Zaakgegevens
Op 23 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2024
- Datum publicatie
- 15 april 2024
- Zaaknummer
- 22/04493
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:601
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontucht met 8-jarige/13-jarige stiefdochter door 34-jarige/40-jarige verdachte, art. 244 en 245 jo. 248.2 Sr. Afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot benoemen van deskundige voor onderzoek naar totstandkoming en betrouwbaarheid van verklaringen van stiefdochter, op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd en stiefdochter ook voorafgaand aan haar therapie over misbruik heeft verteld.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 november 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:4187Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:268Hoge Raad · 23 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:601
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04493
Datum 23 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 november 2022, nummer 20-001317-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2024.