Strafrecht overig

Poging tot diefstal d.m.v. braak bij voetbalvereniging in Alem, art. 311.1.5 Sr. Vordering benadeelde partij…

Hoge Raad, 21 mei 2024

Zaakgegevens

Op 21 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 mei 2024
Datum publicatie
14 mei 2024
Zaaknummer
22/02302
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:701
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot diefstal d.m.v. braak bij voetbalvereniging in Alem, art. 311.1.5 Sr. Vordering benadeelde partij. Heeft hof toewijzing van vordering b.p. gelet op hetgeen namens verdachte is aangevoerd toereikend gemotiveerd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:269
  2. Hoge Raad · 21 mei 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:701

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02302

Datum 21 mei 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juni 2022, nummer 21-002368-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.P. van Gils, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2024.