Strafrecht overig

Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. 1. Was hof in ontnemingsprocedure gehouden te…

Hoge Raad, 28 mei 2024

Zaakgegevens

Op 28 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 mei 2024
Datum publicatie
24 mei 2024
Zaaknummer
23/00206
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:759
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. 1. Was hof in ontnemingsprocedure gehouden te beslissen op verzoek tot horen van getuigen en kon hof eerder afgelegde verklaringen van deze getuigen ten grondslag leggen aan ontnemingsbeslissing? 2. Verwijzing naar schriftuur in samenhangende strafzaak. Heeft hof beslissing tot ontneming van w.v.v. gebaseerd op strafbare feiten waaromtrent onvoldoende aanwijzingen bestonden dat deze door hem zijn begaan? 3. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof oordelen dat geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn?

HR art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00205 C, 23/00207 C, 23/00208 C en 23/00209 PC.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:281
  2. Hoge Raad · 28 mei 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:759

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00206 PC

Datum 28 mei 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 33/2020, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.