Strafrecht overig
Caribische zaak, exploitatie van bordelen in Sint Maarten. Medeplegen vrouwen- en mensenhandel, meermalen…
Hoge Raad, 28 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:761 · Hoge Raad · 28 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-761
Zaakgegevens
Op 28 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2024
- Datum publicatie
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/00208
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:761
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Caribische zaak, exploitatie van bordelen in Sint Maarten. Medeplegen vrouwen- en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 260 WvSr NA (oud) en art. 2:239 SrStM), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 295 WvSr NA (oud) en art. 2:249 SrStM), medeplegen mensensmokkel, meermalen gepleegd (art. 2:153 SrStM) en medeplegen illegale tewerkstelling van werknemers van bordelen in Sint-Maarten (art. 2:155 SrStM). 1. Werkwijze OM in vervolging. 2. Post-Keskin. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuigen die hof niet heeft doen horen. 3. Bewijsklacht mensenhandel. Is sprake van uitbuiting? 4. Bewijsklachten mensensmokkel en illegale tewerkstelling. 5. Bewijsklacht wederrechtelijke vrijheidsberoving m.b.t. wederrechtelijkheid.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00205 C, 23/00206 PC, 23/00207 C en 23/00209 PC.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:290Hoge Raad · 28 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:761
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00208 C
Datum 28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 107/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.