Strafrecht overig

Opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel (gebiedsverbod), meermalen gepleegd, art. 184.1 Sr…

Hoge Raad, 11 juni 2024

Zaakgegevens

Op 11 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juni 2024
Datum publicatie
11 juni 2024
Zaaknummer
22/02199
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:850
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel (gebiedsverbod), meermalen gepleegd, art. 184.1 Sr. Rechtmatigheid gebiedsverbod. Verweer strekkende tot vrijspraak omdat gebiedsverbod niet rechtmatig is opgelegd.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 juni 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:1681
  2. Conclusie A-G · 16 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:415
  3. Hoge Raad · 11 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:850

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02199

Datum 11 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2022, nummer 23-003226-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.I. L'Ghdas, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2024.