Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen gewoontewitwassen en medeplegen invoer van 500 kilogram cocaïne…
Hoge Raad, 2 juli 2024
ECLI:NL:HR:2024:921 · Hoge Raad · 2 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-921
Zaakgegevens
Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2024
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/02003
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:921
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen gewoontewitwassen en medeplegen invoer van 500 kilogram cocaïne. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Hoogte van uitgavenposten. 1. Financiering van drugstransport. Kon hof oordelen dat onderschept berichtenverkeer van leden van Colombiaanse organisatie onvoldoende concreet en valide is om daarop schatting w.v.v. te kunnen baseren? 2. Betalingen van 2 luxegoederen en betaling van eerdere ontnemingsvordering aan CJIB, art. 511f en 511g.2 jo. 359.3 Sv. Kon hof contante betaling van auto in kasopstelling opnemen, waarde van verbeurdverklaarde andere auto niet in mindering brengen op opgelegde betalingsverplichting en rekening houden met bedragen die betrokkene aan CJIB heeft voldaan?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01906 P.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 mei 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:3813Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:573Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:921
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02003 P
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 mei 2023, nummer 21-005176-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.