Strafrecht overig
Medeplegen (poging tot) afpersing door vergezeld van incasseur een ander te dwingen schuldbekentenis te…
Hoge Raad, 25 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:937 · Hoge Raad · 25 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-937
Zaakgegevens
Op 25 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/00308
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:937
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen (poging tot) afpersing door vergezeld van incasseur een ander te dwingen schuldbekentenis te ondertekenen, art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, en taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis), art. 359.6 Sv. Heeft hof in zijn uitspraak in het bijzonder redenen opgegeven die hebben geleid tot opleggen van (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00460.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:424Hoge Raad · 25 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:937
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00308
Datum 25 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2023, nummer 21-001022-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, ten tijde van indiening van de schriftuur advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.