Strafrecht overig

Doodslag door in 2020 in centrum van Haarlem bij verkoop van drugs de koper van zeer dichtbij in zijn buik te…

Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
23/02225
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:947
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag door in 2020 in centrum van Haarlem bij verkoop van drugs de koper van zeer dichtbij in zijn buik te schieten, art. 287 Sr. 1. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op doden van slachtoffer? 2. Noodweer, proportionaliteitseis. 3. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. 4. Putatief noodweer. 5. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf van 8 jaren tot 7 jaren en 11 maanden?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 22 december 2020

    ECLI:NL:RBNHO:2020:10959
  2. Gerechtshof Amsterdam · 25 mei 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:1181
  3. Conclusie A-G · 23 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:448
  4. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:947

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02225

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 mei 2023, nummer 23-002936-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.I. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.