Strafrecht overig

Medeplegen opzettelijk invoeren, afleveren en vervoeren van 1.200 kg cocaïne (art. 2.A en 2.B Opiumwet) door…

Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
22/04410
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:950
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen opzettelijk invoeren, afleveren en vervoeren van 1.200 kg cocaïne (art. 2.A en 2.B Opiumwet) door in 2014 als werknemer van een schip vanaf het achterdek twee drijvers met dertig sporttassen en bijeengehouden jerrycans te water te laten in Westerschelde. Bewijsklachten betrokkenheid verdachte, voorwaardelijk opzet en medeplegen.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:514
  2. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:950

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04410

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2022, nummer 21-001719-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat in Middelburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.