Strafrecht overig

(Poging tot) verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr), feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen…

Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
23/02030
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:952
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

(Poging tot) verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr), feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 Sr) en ontucht (art. 247 Sr) door dansleraar en eigenaar dansschool in Groningen. 1. Bewijsklacht verkrachting en aanranding. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Kon hof per geval de aangifte van aangeefster doen steunen op verklaring van verdachte? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 jaren). Heeft hof ten onrechte niet beslist op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. straftoemeting?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 23 september 2021

    ECLI:NL:RBNNE:2021:4161
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 maart 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:1781

    Overig

  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 mei 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:3974

    Overig

  4. Conclusie A-G · 21 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:498
  5. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:952

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02030

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2023, nummer 21-004402-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J. Ausma, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.