Strafrecht overig

Liquidatie voor woning slachtoffer in 2016 in woonwijk in Diemen door met een vuurwapen twaalf keer te…

Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
23/02100
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:953
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Liquidatie voor woning slachtoffer in 2016 in woonwijk in Diemen door met een vuurwapen twaalf keer te schieten op slachtoffer in bijzijn van zijn 9-jarige zoon. Medeplegen moord (art. 289 Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, althans bewijsuitsluiting op de grond dat sprake is van vormverzuimen, nu nader onderzoek aan bewijsmateriaal (pet) niet mogelijk was omdat dit voortijdig was vernietigd, art. 359a Sv. Is het recht op eerlijk proces geschonden? 2. Eigen waarneming hof m.b.t. gezichtsbeharing verdachte, art. 339.1 jo 340 Sv. Feitelijke onmogelijkheid?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 17 januari 2020

    ECLI:NL:RBAMS:2020:192
  2. Gerechtshof Amsterdam · 17 mei 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:1115

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 21 mei 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:544
  4. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:953

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02100

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023, nummer 23-000201-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.