Strafrecht overig
Liquidatie voor woning slachtoffer in 2016 in woonwijk in Diemen door met een vuurwapen twaalf keer te…
Hoge Raad, 2 juli 2024
ECLI:NL:HR:2024:953 · Hoge Raad · 2 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-953
Zaakgegevens
Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2024
- Datum publicatie
- 27 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/02100
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:953
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Liquidatie voor woning slachtoffer in 2016 in woonwijk in Diemen door met een vuurwapen twaalf keer te schieten op slachtoffer in bijzijn van zijn 9-jarige zoon. Medeplegen moord (art. 289 Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, althans bewijsuitsluiting op de grond dat sprake is van vormverzuimen, nu nader onderzoek aan bewijsmateriaal (pet) niet mogelijk was omdat dit voortijdig was vernietigd, art. 359a Sv. Is het recht op eerlijk proces geschonden? 2. Eigen waarneming hof m.b.t. gezichtsbeharing verdachte, art. 339.1 jo 340 Sv. Feitelijke onmogelijkheid?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 17 januari 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:192Gerechtshof Amsterdam · 17 mei 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1115(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 mei 2024
ECLI:NL:PHR:2024:544Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:953
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02100
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023, nummer 23-000201-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.