Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen en deelname (als leider) aan criminele organisatie. Methode…

Hoge Raad, 25 juni 2024

Zaakgegevens

Op 25 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
22/02365
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:964
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen en deelname (als leider) aan criminele organisatie. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 (oud) Sr. Verweer dat bepaalde bedragen (“kluisgelden”) alleen aan medeveroordeelde zijn toegevloeid.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02435 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 23 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:706
  2. Hoge Raad · 25 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:964

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02365 P

Datum 25 juni 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 28 juni 2022, nummer 22-004193-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.