Strafrecht overig

Gewoonte maken van vervaardigen van kinderporno door gedurende periode van meer dan 2 jaren meerdere…

Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
27 juni 2024
Zaaknummer
22/01303
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:970
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gewoonte maken van vervaardigen van kinderporno door gedurende periode van meer dan 2 jaren meerdere kinderpornografische foto’s en films te maken van zijn 9-jarige/11-jarige stiefdochter door 26-jarige/28-jarige verdachte (art. 240b.2 jo. 248.2 Sr), gewoonte maken van verwerven en in bezit hebben van kinderporno door 7.595 kinderpornografische afbeeldingen te downloaden en op te slaan op zijn computer (art. 240b.2 Sr) en aanwezig hebben van GHB (art. 2.C Opiumwet). Strafmotivering (gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). 1. Heeft hof in strafverzwarende zin omstandigheden meegewogen die niet uit stukken en onderzoek ttz. blijken? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. detentieongeschiktheid, art. 359.2 Sv. 3. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 maart 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:2329
  2. Conclusie A-G · 23 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:724
  3. Hoge Raad · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:970

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01303

Datum 2 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 maart 2022, nummer 21-003033-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 41 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.