Strafrecht overig
Economische zaak. Medeplegen onvoldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat asbest door…
Hoge Raad, 8 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1049 · Hoge Raad · 8 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1049
Zaakgegevens
Op 8 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juli 2025
- Datum publicatie
- 30 juni 2025
- Zaaknummer
- 23/03578
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1049
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Economische zaak. Medeplegen onvoldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat asbest door niet-gecertificeerde persoon wordt verwijderd, opzettelijk begaan door rechtspersoon (art. 9.2.1.2 Wet milieubeheer). 1. Verweer “dat maatregelplicht uit art. 9.2.1.2. Wet milieubeheer niet is overtreden”. Heeft hof een te strenge en vergaande invulling gegeven aan begrip algemene zorgplicht? 2. Kon hof ervan uitgaan dat verdachte zich er niet van heeft vergewist dat onderaannemers op de hoogte waren van aanwezigheid van asbest? 3. Verweer dat verweten gedraging (doen afbreken van tegels in badkamer in woning door niet gecertificeerde onderaannemers) niet kan worden toegerekend aan verdachte, omdat zij “niet vermocht te beschikken over gedraging en evenmin gedraging heeft aanvaard”.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 30 augustus 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1698Hoge Raad · 8 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1049
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03578 E
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 30 augustus 2023, nummer 22-002993-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G.R.A.G. Goorts bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker , en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.