Strafrecht overig
Medeplegen gewoontewitwassen van grote hoeveelheden contant geld (art. 420ter jo. 420bis.1.a Sr) en verkopen…
Hoge Raad, 1 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1054 · Hoge Raad · 1 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1054
Zaakgegevens
Op 1 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 juli 2025
- Datum publicatie
- 30 juni 2025
- Zaaknummer
- 23/05034
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1054
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen gewoontewitwassen van grote hoeveelheden contant geld (art. 420ter jo. 420bis.1.a Sr) en verkopen en aanwezig hebben van cocaïne (art 2B en 2C Opiumwet). 1. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Leveren gedragingen van verdachte, die onder meer bestonden uit het wegbrengen van grote sommen geld naar loods waar geld werd geteld en verpakt, verbergen en/of verhullen a.b.i. art. 420bis.1.a Sr op? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 jaren en geldboete van € 59.500). Heeft hof bij strafoplegging rekening gehouden met langere pleegperiode dan is bewezenverklaard? 3. Motivering opgelegde geldboete, ‘afroomboete’. Heeft hof geldboete opgelegd met als enig doel w.v.v. te ontnemen?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 december 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:4195Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 april 2025
ECLI:NL:PHR:2025:445Hoge Raad · 1 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1054
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/05034
Datum 1 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 december 2023, nummer 20-003612-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de aan de verdachte opgelegde straf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.