Strafrecht overig

Deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft plegen van moord, voorbereiding van moord en bezit…

Hoge Raad, 8 juli 2025

Zaakgegevens

Op 8 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2025
Datum publicatie
1 juli 2025
Zaaknummer
24/00085
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1070
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft plegen van moord, voorbereiding van moord en bezit van vuurwapens en munitie (art. 140.1 Sr). Bewijsklachten over bijdrage aan criminele organisatie.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/05033, 23/05123, 24/00023 en 24/00081.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 19 januari 2022

    ECLI:NL:RBNHO:2022:264
  2. Gerechtshof Amsterdam · 22 december 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3569

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 8 april 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:424
  4. Hoge Raad · 8 juli 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1070

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00085

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2023, nummer 23-000199-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D.J.M. Dammers en F.H. van der Pol bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.