Strafrecht overig

Medeplegen uitvoer van cocaïne naar Engeland, art. 2.A Opiumwet. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid…

Hoge Raad, 8 juli 2025

Zaakgegevens

Op 8 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2025
Datum publicatie
7 juli 2025
Zaaknummer
24/01886
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1112
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen uitvoer van cocaïne naar Engeland, art. 2.A Opiumwet. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM in vervolging dan wel bewijsuitsluiting wegens het opnemen van EncroChat-bericht met geheimhoudersinformatie in procesdossier, art. 359a Sv. Kon hof volstaan met enkele constatering van vormverzuim?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 8 mei 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:823
  2. Conclusie A-G · 10 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:638
  3. Hoge Raad · 8 juli 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1112

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01886

Datum 8 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2024, nummer 22-002982-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.R. Kops bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.