Strafrecht overig

OM-cassatie. Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door producent van medische apparatuur tegen beslag op gegevens…

Zaakgegevens

Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 februari 2026
Datum publicatie
2 februari 2026
Zaaknummer
25/01442
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:172
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door producent van medische apparatuur tegen beslag op gegevens i.v.m. strafrechtelijk onderzoek tegen klaagster en medeklaagster t.z.v. verdenking van valsheid in geschrift, waarbij RC heeft beslist dat deze als “geheimhoudersinformatie” aangemerkte gegevens worden “uitgegrijsd” zodat deze ontoegankelijk blijven voor onderzoeksteam van FIOD. Kon Rb aan OvJ de opdracht geven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan procesdossier “ten behoeve van inhoudelijke behandeling van strafzaak”, nu wet niet voorziet in geven van zo’n opdracht door beklagrechter?

Om redenen vermeld in HR:2026:171 slaagt middel

Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing het OM opdracht te geven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan procesdossier. Samenhang met 25/01484 Bv.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 december 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1344
  2. Hoge Raad · 3 februari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:172

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01442 Bv

Datum 3 februari 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2025, nummer RK 24/020471, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 98 lid 4 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] KG,

gevestigd in [vestigingsplaats] (Duitsland),

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De raadslieden van de klaagster, A.H.J. Saes en M. te Stroet, hebben het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar enkel voor zover daarin aan de officier van justitie de opdracht is gegeven om toekomstige logbestanden (tijdig) aan het dossier toe te voegen.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank ten onrechte in haar beschikking op het door de klaagster ingediende klaagschrift aan de officier van justitie de opdracht heeft gegeven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan het procesdossier “ten behoeve van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak”. Het voert daartoe aan dat de wet niet voorziet in het geven van zo’n opdracht door de rechter in de beklagprocedure.

2.2

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 25/01484 Bv, ECLI:NL:HR:2026:171, die betrekking heeft op een gelijkluidend beklag.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank, maar uitsluitend wat betreft de beslissing het openbaar ministerie opdracht te geven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan het procesdossier;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.