Strafrecht overig

Bedreiging van moeder van verdachte (art. 285.1 Sr). 1. Bewijsklachten gerichtheid van uitingen tegen moeder…

Hoge Raad, 9 september 2025

Zaakgegevens

Op 9 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2025
Datum publicatie
29 augustus 2025
Zaaknummer
23/00723
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1218
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging van moeder van verdachte (art. 285.1 Sr). 1. Bewijsklachten gerichtheid van uitingen tegen moeder en opzet. 2. Oplegging gebieds- en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Duur van maximaal op te leggen vervangende hechtenis (art. 38w.3 Sr), omschrijving van gebied waarbinnen verdachte zich niet mag ophouden en aftrek van periode waarin vrijheidsbeperkende maatregel na uitspraak van politierechter al van kracht is geweest.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 februari 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1352
  2. Conclusie A-G · 27 mei 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:591
  3. Hoge Raad · 9 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1218

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00723

Datum 9 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 februari 2023, nummer 20-001331-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van dertig dagen volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.