Strafrecht overig
Medeplegen uitvoer van cocaïne en heroïne naar Denemarken (art. 2.A Opiumwet) en deelname aan criminele…
Hoge Raad, 16 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1255 · Hoge Raad · 16 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1255
Zaakgegevens
Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Datum publicatie
- 11 september 2025
- Zaaknummer
- 23/03633
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1255
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen uitvoer van cocaïne en heroïne naar Denemarken (art. 2.A Opiumwet) en deelname aan criminele organisatie (art. 11b.1 Opiumwet). 1. Betekening dagvaarding in eerste aanleg, art. 588.1.b.3 (oud) Sv. Kon hof oordelen dat door Rb i.h.k.v. bewijsvraag genoemd adres t.t.v. betekening van dagvaarding in e.a. niet (meer) behoefde te worden aangemerkt als uit stukken blijkend adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf van 3 jaren tot 2 jaren en 8 maanden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 15 september 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2147Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 augustus 2025
ECLI:NL:PHR:2025:899Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1255
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03633
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 september 2023, nummer 23-003365-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.