Strafrecht overig

Pedojacht in Hilversum. Openlijke geweldpleging, 141.1 Sr. 1. Beroep op ontbreken van wederrechtelijkheid…

Hoge Raad, 7 januari 2025

Zaakgegevens

Op 7 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 januari 2025
Datum publicatie
18 december 2024
Zaaknummer
23/03576
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:13
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Pedojacht in Hilversum. Openlijke geweldpleging, 141.1 Sr. 1. Beroep op ontbreken van wederrechtelijkheid o.g.v. burgeraanhouding a.b.i. art. 53 Sv. Kon hof oordelen dat verdachte niet enkel tot doel had aangever over te dragen aan opsporingsambtenaar en dat het handelen van verdachte niet proportioneel was? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 15 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, en taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat art. 9a Sr moet worden toegepast, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03547 en 23/03575.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 september 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:7582
  2. Conclusie A-G · 22 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1096
  3. Hoge Raad · 7 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:13

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03576

Datum 7 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2023, nummer 21-001361-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.