Strafrecht overig
Medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen witwassen van uit valsheid…
Hoge Raad, 28 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:130 · Hoge Raad · 28 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-130
Zaakgegevens
Op 28 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 januari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/01612
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:130
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen witwassen van uit valsheid in geschrift verkregen geldbedrag, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot aanhouding van de zaak ten behoeve van verlenen van inzage in beslagdossier, dat niet tot processtukken behoort. Kon hof oordelen dat aanhoudingsverzoek onvoldoende is onderbouwd? 2. Verweer dat tll. t.a.v. valsheid in geschrift innerlijk tegenstrijdig is en dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard. 3. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Kon hof oordelen dat creditfacturen vals zijn omdat werkzaamheden niet zijn verricht? 4. Bewijsklachten witwassen. 5. Bewijsklachten valsheid in geschrift en witwassen t.a.v. medeplegen. 6. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Hoogte van (fiscaal) benadelingsbedrag en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. tijdsverloop, art. 359.2 Sv.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1110Hoge Raad · 28 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:130
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01612
Datum 28 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 april 2023, nummer 21-004462-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.N. de Boer, advocaat in Amsterdam en D.C. Molenaars, advocaat in Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.