Strafrecht overig

Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Strafmotivering…

Hoge Raad, 16 september 2025

Zaakgegevens

Op 16 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 september 2025
Datum publicatie
12 september 2025
Zaaknummer
23/03707
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1303
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Strafmotivering (taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis). Kon hof in strafverzwarende zin betrekken dat diefstal is gepleegd in woning, terwijl deze omstandigheid niet is tlgd. en bewezenverklaard? 2. Vordering benadeelde partij en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Heeft hof vergoeding toegewezen voor schadepost (diverse merktassen) die niet door of uit bewezenverklaard feit (diefstal van 1 tas) kan zijn ontstaan?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03706.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 september 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:3861
  2. Conclusie A-G · 17 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:649
  3. Hoge Raad · 16 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1303

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03707

Datum 16 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 september 2023, nummer 20-002918-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.