Strafrecht overig

Opzettelijke uitvoer van 10.000 gram hennep naar België, art. 3.A Opiumwet. Bewijsklacht “buiten grondgebied…

Hoge Raad, 23 september 2025

Zaakgegevens

Op 23 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 september 2025
Datum publicatie
18 september 2025
Zaaknummer
23/01654
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1316
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijke uitvoer van 10.000 gram hennep naar België, art. 3.A Opiumwet. Bewijsklacht “buiten grondgebied van Nederland brengen” a.b.i. art. 1.5 Opiumwet. Kon hof oordelen dat verdachte de bedoeling had om de in zijn auto aangetroffen hennep naar buitenland te brengen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 april 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:2424
  2. Conclusie A-G · 26 augustus 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:881
  3. Hoge Raad · 23 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1316

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01654

Datum 23 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 april 2023, nummer 20-000992-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.G. van Wijk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2025.