Strafrecht overig

Martelcontainerzaak. Medeplegen voorbereiding van wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 46 jo. 282.1 Sr)…

Hoge Raad, 14 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Datum publicatie
8 oktober 2025
Zaaknummer
23/05052
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1517
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Martelcontainerzaak. Medeplegen voorbereiding van wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 46 jo. 282.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen t.a.v. voorhanden hebben van vuurwapens. 2. Bewijsklachten deelneming aan criminele organisatie. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering en kunnen redengevende feiten en omstandigheden uit bewijsvoering worden afgeleid?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04982, 23/05005 en 23/05054 en met 23/05006 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 december 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3514
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:764
  3. Hoge Raad · 14 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1517

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/05052

Datum 14 oktober 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2023, nummer 23-001434-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en negen maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.