Strafrecht overig
Werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (19-jarige jongen) door als gezinshuisouder…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1563 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1563
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 14 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03684
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1563
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (19-jarige jongen) door als gezinshuisouder seksuele handelingen met hem te verrichten, meermalen gepleegd (art. 249.2.3 (oud) Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr) en toezending van pornografische afbeelding, meermalen gepleegd (art. 240.2 (oud) Sr). 1. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door verdachte gedaan op de grond dat zij wegens medische omstandigheden was verhinderd om ttz. te verschijnen, door hof afgewezen op de grond dat verzoek onvoldoende is onderbouwd en ouderdom van tlgd. feiten en belang van slachtoffer bij voortvarende afdoening prevaleren boven het (mogelijk) later aanwezig kunnen zijn van verdachte bij behandeling. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Is strafmotivering begrijpelijk v.zv. hof daarin heeft betrokken dat verdachte vanaf start van strafproces een voortvarende behandeling in h.b. heeft belemmerd?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 september 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3042Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1020Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1563
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03684
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2024, nummer 20-002999-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.