Strafrecht overig
(Medeplegen) valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door met behulp van valse stukken gebruik te maken…
Hoge Raad, 4 november 2025
ECLI:NL:HR:2025:1639 · Hoge Raad · 4 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1639
Zaakgegevens
Op 4 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 november 2025
- Datum publicatie
- 31 oktober 2025
- Zaaknummer
- 23/04395
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1639
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
(Medeplegen) valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door met behulp van valse stukken gebruik te maken van Regeling Standplaatsverdeling Woonwagencentra waardoor zij in aanmerking komt voor standplaats voor woonwagen waarop zij geen recht heeft, art. 225.1 en 225.2 Sr. 1. Bewijsklachten inwoning en denaturering van verklaring van getuige. Kon hof oordelen dat door verdachte ondertekend en bij gemeente ingeleverd formulier “aangifte van verhuizing binnen gemeente” onjuist is, omdat daarin staat aangegeven dat verdachte zou gaan inwonen bij medeverdachte, terwijl deze feitelijk niet op desbetreffend adres verbleef? 2. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte bij het tekenen van geschriften (verzoek tot medehuurderschap, samenlevingsovereenkomst, arbeidsovereenkomst en werkgeversverklaring) opzet op valsheid van stukken had? 3. Bewijsklachten medeplegen.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 november 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:3779Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1079Hoge Raad · 4 november 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1639
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04395
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 november 2023, nummer 20-001422-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. van Schaik bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.