Strafrecht overig

Heling van elektrische fiets en elektrische step, art. 416.1.a Sr. Bewijsklachten. Verweer dat verdachte…

Hoge Raad, 11 november 2025

Zaakgegevens

Op 11 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2025
Datum publicatie
3 november 2025
Zaaknummer
24/01702
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1642
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Heling van elektrische fiets en elektrische step, art. 416.1.a Sr. Bewijsklachten. Verweer dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen niet wist en/of kon vermoeden dat goederen door misdrijf waren verkregen, en voor bewezenverklaring redengevende omstandigheden die niet in bewijsmiddelen zijn vermeld.

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (eisen aan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker bij e-mailbericht en vermelding van hoger beroep i.p.v. cassatieberoep).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 augustus 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:894
  2. Hoge Raad · 11 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1642

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01702

Datum 11 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2024, nummer 23-002270-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Kuipers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.