Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning onder klaagster (rechtspersoon) i.h.k.v. strafrechtelijk financieel…

Hoge Raad, 11 november 2025

Zaakgegevens

Op 11 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2025
Datum publicatie
3 november 2025
Zaaknummer
24/02796
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1643
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning onder klaagster (rechtspersoon) i.h.k.v. strafrechtelijk financieel onderzoek tegen natuurlijke persoon A i.v.m. een aan hem op te leggen ontnemingsmaatregel. Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. Motivering ongegrondverklaring van klaagschrift t.a.v. vereenzelviging van klaagster en natuurlijke persoon B (bestuurder en enig aandeelhouder van klaagster), betwisting dat geldbedrag waarmee B aandelen in klaagster heeft gekocht afkomstig is van A, onzakelijkheid van aandelenconstructie, voldoende aanwijzingen dat sprake is van schijnconstructie, onmogelijkheid voor B om aandelen in klaagster zelfstandig te verwerven en wetenschap van klaagster.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 augustus 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:901
  2. Hoge Raad · 11 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1643

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02796 B

Datum 11 november 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster],

gevestigd in [plaats],

hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.