Strafrecht overig
Belaging, art. 285b Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en taakstraf van 80…
Hoge Raad, 11 november 2025
ECLI:NL:HR:2025:1666 · Hoge Raad · 11 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1666
Zaakgegevens
Op 11 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2025
- Datum publicatie
- 7 november 2025
- Zaaknummer
- 23/04951
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1666
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Belaging, art. 285b Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. persoonlijke omstandigheden van verdachte (vanwege oprichting van bedrijf in Marokko moet hij in buitenland verblijven en kan hij in Nederland geen taakstraf uitvoeren), art. 359.2 Sv. Heeft hof (door verstekvonnis Pr “kaal” te bevestigen) strafoplegging in het licht van dit verweer toereikend gemotiveerd? 2. Motivering opgelegde taakstraf. Was hof gelet op recht op hoor en wederhoor gehouden tijdens onderzoek ttz. zijn voorlopige gedachten over het opleggen van onvoorwaardelijke taakstraf met verdediging te delen?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 4 december 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:3003Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:828Hoge Raad · 11 november 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1666
Overig
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04951
Datum 11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2023, nummer 22-003141-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N.M. Fakiri bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.