Strafrecht overig

Poging tot zware mishandeling door n.a.v. conflict over verzorging van gezamenlijke hennepplantage meermalen…

Hoge Raad, 18 november 2025

Zaakgegevens

Op 18 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 november 2025
Datum publicatie
14 november 2025
Zaaknummer
23/03579
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1700
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot zware mishandeling door n.a.v. conflict over verzorging van gezamenlijke hennepplantage meermalen met zijn auto op ander in te rijden, art. 302.1 Sr. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat niet aannemelijk is dat handelen van verdachte het gevolg is van eerdere door aangever gepleegde aanrandingen jegens verdachte en dat geen sprake was van een van aangever uitgaande ogenblikkelijke (dreigende) wederrechtelijke aanranding jegens minderjarige zoon van verdachte?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 augustus 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:2868
  2. Conclusie A-G · 2 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:852
  3. Hoge Raad · 18 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1700

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03579

Datum 18 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 augustus 2023, nummer 20-001531-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.H.A. Augustin bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 283 dagen voorwaardelijk volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.