Strafrecht overig
Actieve niet-ambtelijke omkoping begaan door rechtspersoon (art. 328ter.2 en 328ter.3 Sr) en medeplegen…
Hoge Raad, 2 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1817 · Hoge Raad · 2 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1817
Zaakgegevens
Op 2 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 december 2025
- Datum publicatie
- 1 december 2025
- Zaaknummer
- 23/03755
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1817
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Actieve niet-ambtelijke omkoping begaan door rechtspersoon (art. 328ter.2 en 328ter.3 Sr) en medeplegen opmaken van valse authentieke akte begaan door rechtspersoon (art. 227.1 Sr). 1. Bewijsklacht actieve omkoping en afwijzing van getuigenverzoek. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM in vervolging en bewijsuitsluiting, nu gebruik is gemaakt van gegevens die door Belastingdienst bij boekenonderzoek in strijd met nemo tenetur-beginsel en onschuldpresumptie zijn verzameld. 2. Bewijsklachten valsheid in akte van levering t.a.v. wetenschap van valsheid. Kon hof de wetenschap van valsheid afleiden uit ondertekenen van beide koopovereenkomsten en paraferen van pagina in koopovereenkomst waarop verplichting van verkoper tot verbouwing staat en uit omstandigheid dat niet verkoper maar vennootschap een deel van verbouwingskosten heeft betaald die volgens overeengekomen verplichting tot verbouwing voor rekening van verkoper zouden komen?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03753, 23/03756 P en 23/03761 P.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 21 september 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2189Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1102Hoge Raad · 2 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1817
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03755
Datum 2 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 september 2023, nummer 23-003439-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [plaats],
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.F. Korvinus bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 9.000.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 8.550 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.