Strafrecht overig

Faillissementsfraude door als bestuurder van 2 rechtspersonen € 92.897,37 aan boedel te onttrekken (art…

Hoge Raad, 9 december 2025

Zaakgegevens

Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 december 2025
Datum publicatie
3 december 2025
Zaaknummer
23/02588
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1825
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Faillissementsfraude door als bestuurder van 2 rechtspersonen € 92.897,37 aan boedel te onttrekken (art. 343.1 Sr), niet te voldoen aan administratieplichten (art. 344a.2.2 Sr) en desgevraagd opzettelijk administratie van beide rechtspersonen niet aan curator te verstrekken (art. 344a.2.1 Sr). 1. Bewijsklacht onttrekken van geldbedrag aan boedel t.a.v. (voorwaardelijk) opzet om een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden te benadelen. 2. Bewijsklacht onttrekken van geldbedrag aan boedel t.a.v. vaststelling hof m.b.t. hoogte van naheffingsaanslag loonheffing en aanslag vennootschapsbelasting. Heeft hof vaststelling ontleend aan wettig bewijsmiddel? 3. Bewijsklachten niet verstrekken administratie aan curator t.a.v. “desgevraagd” en afgifteplicht. 4. Bewijsklacht niet voldoend aan administratieplichten t.a.v. “ten gevolge waarvan afhandeling werd bemoeilijkt”.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1060
  2. Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1825

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02588

Datum 9 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2023, nummer 21-001674-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze acht maanden en drie weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.