Strafrecht overig
Weigering bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en verlaten plaats ongeval (art. 7.1.b WVW 1994). 1…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1836 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1836
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 4 december 2025
- Zaaknummer
- 23/04910
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1836
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigering bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en verlaten plaats ongeval (art. 7.1.b WVW 1994). 1. Ontoerekeningsvatbaarheid (art. 39 Sr) en psychische overmacht (art. 40 Sr). Had hof het verweer van raadsman (gelet op uitzonderingsbepaling van art. 163.7 (oud) WVW 1994) moeten opvatten als beroep op ontoerekeningsvatbaarheid en/of (psychische) overmacht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 weken en 2 jaren ontzegging van rijbevoegdheid), art. 359.6 Sv. Heeft hof in het bijzonder redenen opgegeven die hebben geleid tot opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 december 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:4124Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1260Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1836
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04910
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2023, nummer 20-001285-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.