Strafrecht overig

Gewelddadige overval op golfclub in Amsterdam. Medeplegen diefstal met geweld en bedreiging met geweld (art…

Hoge Raad, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
23/04382
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:220
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gewelddadige overval op golfclub in Amsterdam. Medeplegen diefstal met geweld en bedreiging met geweld (art. 312.2.2 Sr). Bewijsklacht medeplegen. Staat hetgeen door verdachte ttz. is aangevoerd, te weten dat auto waarin verdachte zich zou hebben verplaatst niet in directe nabijheid van overvallers is waargenomen en dat verdachte in de buurt woont van aangestraalde zendmast zodat deze werd aangestraald, in de weg aan bewezenverklaring van medeplegen?

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2021:765.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:3145
  2. Conclusie A-G · 10 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1327
  3. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:220

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04382

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2023, nummer 23-001485-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.