Strafrecht overig

Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 5,5 kilogram hennep, aangetroffen in auto (art. 3.C…

Hoge Raad, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
14 februari 2025
Zaaknummer
23/00859
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:285
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 5,5 kilogram hennep, aangetroffen in auto (art. 3.C Opiumwet). Rechtmatigheid van fouillering van verdachte en doorzoeking van auto, ernstige bezwaren t.z.v. Opiumwetfeit. 1. Kon hof oordelen dat sprake is van redelijk vermoeden van schuld a.b.i. art. 27 Sv t.t.v. “staandehouding en ondervraging”? 2. Verweer over ontbreken van machtiging en toestemming bij doorzoeking van auto. Kon hof oordelen dat in geval van verdenking t.z.v. Opiumwetdelict geen toestemming vereist is?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00858.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:48
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:285

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00859

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 februari 2023, nummer 23-000647-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.W. Koevoets, advocaat in Terneuzen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.