Strafrecht overig

Beledigen van groep mensen met donkere huidskleur (art. 137c.1 Sr) en aanzetten tot discriminatie van die…

Hoge Raad, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
14 februari 2025
Zaaknummer
23/01899
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:286
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beledigen van groep mensen met donkere huidskleur (art. 137c.1 Sr) en aanzetten tot discriminatie van die groep wegens hun ras (art. 137d.1 Sr) door in podcast uitlatingen te doen over representatie van die groep in criminaliteit, dat “we etnisch vernietigd worden” en dat “etnische Nederlander” in oorlog zit om te overleven. Zijn uitlatingen “onnodig grievend”?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1336
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:286

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01899

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 mei 2023, nummer 22-001246-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat in Oegstgeest, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.