Strafrecht overig

Medeplegen handel in hennep (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben van GHB (art. 2.C Opiumwet)…

Hoge Raad, 11 maart 2025

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
17 februari 2025
Zaaknummer
23/03765
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:295
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen handel in hennep (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben van GHB (art. 2.C Opiumwet). Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. strafoplegging, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03763.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 september 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:3869
  2. Conclusie A-G · 17 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1373
  3. Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:295

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03765

Datum 11 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2023, nummer 20-002844-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.