Strafrecht overig

Ontucht door zorgcoach met cliënte, art. 249.2.3 (oud) Sr. 1. Kon hof, gelet op art. 359.3 Sv, t.a.v…

Hoge Raad, 8 april 2025

Zaakgegevens

Op 8 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2025
Datum publicatie
17 februari 2025
Zaaknummer
23/01528
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:298
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontucht door zorgcoach met cliënte, art. 249.2.3 (oud) Sr. 1. Kon hof, gelet op art. 359.3 Sv, t.a.v. aanvullende bewijsmiddelen volstaan met opsomming daarvan met korte samenvatting van inhoud zonder b.m. uit te werken? 2. Bewijsklacht zorg-/hulpverleningsrelatie en hieruit voortvloeiende afhankelijkheid. Heeft aangeefster zich als cliënt aan verdachtes zorg toevertrouwd en is sprake van een uit hulpverleningsrelatie voortvloeiende afhankelijkheid?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 13 april 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:897
  2. Conclusie A-G · 28 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:104
  3. Hoge Raad · 8 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:298

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01528

Datum 8 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 april 2023, nummer 23-003040-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.