Strafrecht overig
Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr), medeplegen dwang (art. 284.1 Sr) en medeplegen afdreiging (art…
Hoge Raad, 1 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:505 · Hoge Raad · 1 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-505
Zaakgegevens
Op 1 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 april 2025
- Datum publicatie
- 1 april 2025
- Zaaknummer
- 23/02199
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:505
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr), medeplegen dwang (art. 284.1 Sr) en medeplegen afdreiging (art. 318.1 Sr). 1. Afwijzing van verzoek om kennis te mogen nemen van vorderingen die zijn gedaan o.g.v. art. 126m Sv en 126nd Sv en van daaruit verkregen resultaten, op de grond dat historische verkeers- en locatiegegevens niet voor bewijs zullen worden gebruikt. Had hof bij afwijzing van verzoek moeten ingaan op mogelijkheid dat verkregen resultaten een ontlastend karakter zouden hebben? 2. Bewijsklacht openlijke geweldpleging. Is bewijsvoering innerlijk tegenstrijdig wat betreft persoon die bril van hoofd van aangever heeft geslagen? 3. Kwalificatieklacht afdreiging. Kon hof feit kwalificeren als afdreiging, nu bestanddeel “dat geheel of ten dele aan deze of aan derde toebehoort” niet is bewezenverklaard?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 mei 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1747Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:125Hoge Raad · 1 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:505
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02199
Datum 1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nummer 20-002547-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.