Strafrecht overig
Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, recidiveregeling…
Hoge Raad, 15 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:575 · Hoge Raad · 15 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-575
Zaakgegevens
Op 15 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2025
- Datum publicatie
- 12 april 2025
- Zaaknummer
- 23/01526
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:575
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, recidiveregeling van art. 123b WVW 1994. Is recidiveregeling in strijd met art. 47 Handvest EU?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 5 april 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3786Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:148Hoge Raad · 15 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:575
Overig
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01526
Datum 15 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 april 2023, nummer 23-001191-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J. van Oosten, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2025.