Strafrecht overig

Jeugdzaak. Poging tot doodslag door een ander met mes te steken ter hoogte van diens middenrif (art. 287 Sr)…

Hoge Raad, 21 januari 2025

Zaakgegevens

Op 21 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 januari 2025
Datum publicatie
13 januari 2025
Zaaknummer
23/04363
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:70
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdzaak. Poging tot doodslag door een ander met mes te steken ter hoogte van diens middenrif (art. 287 Sr). 1. Bewijsklacht opzet. Was sprake van aanmerkelijke kans op dood? 2. Noodweer(exces), art. 41.1 en 41.2 Sr. Proportionaliteitseis en aannemelijkheid van hevige gemoedsbeweging.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 november 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:4377
  2. Conclusie A-G · 12 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1115
  3. Hoge Raad · 21 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:70

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04363

Datum 21 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 november 2023, nummer 20-000545-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2025.