Strafrecht overig

Onderzoek Amber. Medeplegen bewerken van 25 kilo heroïne (art. 2.B Opiumwet). Bewijsklacht wetenschap. Was…

Hoge Raad, 13 mei 2025

Zaakgegevens

Op 13 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 mei 2025
Datum publicatie
12 mei 2025
Zaaknummer
23/01465
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:738
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onderzoek Amber. Medeplegen bewerken van 25 kilo heroïne (art. 2.B Opiumwet). Bewijsklacht wetenschap. Was hof gehouden expliciet te beslissen op onderdeel van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte geen wetenschap had van bewerken van heroïne?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01510 P, 23/01511, 23/01513 P, 23/01593, 23/01604, 23/01614 en 23/01616 P en met 23/01582 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 februari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:227
  2. Hoge Raad · 13 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:738

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01465

Datum 13 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2023, nummer 23-002318-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.R. Kops bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.