Strafrecht overig

Bedreiging met enig misdrijf tegen leven gericht door met mes stekende bewegingen te maken in de richting van…

Hoge Raad, 13 mei 2025

Zaakgegevens

Op 13 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 mei 2025
Datum publicatie
12 mei 2025
Zaaknummer
23/02513
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:741
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging met enig misdrijf tegen leven gericht door met mes stekende bewegingen te maken in de richting van ander, art. 285.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon bij aangever in redelijkheid de vrees ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen, nu verdachte op ongeveer 20 à 30 meter afstand van aangever stond? 2. Onttrekking aan het verkeer van “multitool”, art. 36d Sr. Kon hof oordelen dat inbeslaggenomen voorwerpen (“mulititool” en 4 messen) zijn te beschouwen als gezamenlijkheid van voorwerpen en dat alle voorwerpen kunnen dienen tot begaan van soortgelijke feiten?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 februari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:209
  2. Hoge Raad · 13 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:741

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02513

Datum 13 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2023, nummer 21-001508-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.