Strafrecht overig

Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger…

Hoge Raad, 20 mei 2025

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
15 mei 2025
Zaaknummer
23/02298
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:744
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan mededeling uitspraak, die in persoon aan verdachte is uitgereikt, worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu deze geen bijsluiter met gegevens over instellen van h.b. bevat?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 maart 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:293
  2. Hoge Raad · 20 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:744

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02298

Datum 20 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juni 2023, nummer 21-002571-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.